Gedicht van Henk Blom Tgv 500 jaar Jacobuskerk Renesse

Klokken van kloosters en kerken begeleiden van oudsher het ritme van het leven. Ze slaan de tijd en luiden op momenten van vreugde en verdriet. Ze roepen op tot gebed (de Getijden) of tot de dienst en markeren hier op Schouwen de dag met gebeier in het ochtend-, middag- en avonduur. Ook in de poëzie laten ze van zich horen.

De kerk in ’t midden
Boven de duinen staat een torenvalk te bidden.
Landinwaarts laat de oude toren
der dorpskerk zich weer horen.
Vijf eeuwen al de kerk in ’t midden.

Laag zijn de huizen, ze hurken er omheen
Ze schurken zich genoeglijk tot een Reke
en laten het verleden spreken,
want echt rijk was niet een.

De klok, Sterre der Zee gewijd,
bevrijdend met haar bronzen stem,
op vaste tijden verblijdend hem,
die weer en wind ten spijt

zijn harde loon moest garen.
Maar binnen dreunt het orgel weer
en zingt de lofzang voor de Heer,
de eeuwen door, vijfhonderd jaren.

Henk Blom
uit: 500 jaar Jacobuskerk, jubileumcie. 2006


Ruud Hehenkamp (1940)

volgde een klassieke ‘rijke roomse leven’ – opleiding tot geestelijke bij de orde der kruisheren. Hij liet zich net niet tot priester wijden en trad in 1971 uit. De gedichten ‘Bekoring’ en ‘Roeping’ komen uit de bundel Hoor je nog roepen? die hij in 2013 uitbracht. In 2016 volgde de bundel Voor wie.

Bekoring

Ik was net twaalf en ik zag
een reuzenboekenkast,
breder dan de lange muur,
hoger dan het ver plafond
van een zaal als tien lokalen,
rijen boeken, planken vol
achter glazen deuren
met hun ruggen naar mij toe.

Ik was net twaalf. Toen rook ik
de lokgeur van een boekerij
vol traag papier, karton en leer.
En voor de hoge kantelramen
dansten honderdduizend stipjes
in de felle middagzon
omhoog en neer, een lichte lift
van leesstof om mij heen.

Ik was pas twaalf en ik wou
al die deuren opendoen,
in de kasten klimmen,
de inhoud laten dalen,
ze leren lezen, allemaal.
Hoe was het mij vergaan,
als ik die ene boekenkast
niet in een klooster had zien staan?

Ruud Hehenkamp uit: Hoor je nog roepen?, Boekscout 2013


Roeping

Voor oom Bert R

De kerken ruisen nog van de gezangen
uit mijn ooit hooggestemde kloostertijd.
Voor al die melodieën voel ik spijt,
in wiens geheugen blijven ze nog hangen?

Maar heimwee ondergroef mijn kloostergangen,
ze klonken hol van kale eenzaamheid.
Dat dreef mij weg. Maar ik blijf ingewijd
in een muziek die niemand kan vervangen.

‘Hoor jij nog roepen?’ vroeg mijn oom steevast,
alsof hij op een stem van boven doelde.
Het was geen god door wie ik werd belast

die weg te gaan. Het ging vanzelf, ik woelde
als jonge mol een gang nog op de tast
in taal en zang, – een drang die nooit bekoelde.

Ruud Hehenkamp
uit: Hoor je nog roepen?, Boekscout 2013