Cisterciënzer klooster

In het jaar 1156 kwam de cisterciënzer abdij van Echternach in het bezit van land op Schouwen. Deze grond grensde aan de westzijde aan de kreek Hilchers-ee , waar het latere dorp Elkerzee zijn naam aan te danken heeft. Omstreeks 1180 deed de abdij van Echternach het grootste deel van haar Schouwse landen over aan de abdij Ter Doest in Lissewege in West-Vlaanderen. Als dochterabdij stichtte Ter Doest het klooster Bethlehem. Dat was circa 1200, in ieder geval vóór 1224.

Klooster Bethlehem Elkerzee
Overblijfselen van het klooster Bethlehem midden 19de eeuw. Steendruk H.J. Backer, 1839. (Beeldbank Gemeentearchief Schouwen-Duiveland)

Vol huis in het klooster

Ook de daarna volgende graven verleenden dit soort vrijheden. Uit een grafelijke bede uit 1308 blijkt dat ‘de abdis van Bellem’ 205 gemeten grond in bezit had.

In 1327 woonden er teveel mensen in het klooster. Zij brachten de nodige kosten met zich mee. De kloosterbevolking mocht daarom uit niet meer dan 30 mensen bestaan. In 1389 gaf hertog Albert het convent van Bethlehem nieuwe voorrechten. Voortaan mochten zij vrij met hun molen malen en was het toegestaan om een heining rondom het land te zetten.

Deugdelijk en devoot

Antonia kwam aan het hoofd te staan van de gebouwen en 346 gemeten land, waarvan verschillende partijen verhuurd waren. Aan pacht, tienden en renten brachten deze ruim 78 ponden op. Ook bezaten de zusters nog 113 gemeten akker- en weiland die door het klooster zelf werden gebruikt.Hoewel dit een aanzienlijke som geld opbracht, moesten zij ook zware lasten dragen. Alleen al voor de jaarlijkse afdracht aan dijkgeld, sluizen, inlagen, watergeld moest ruim 135 pond betaald worden.Bovendien moesten zij tientallen personen in hun dagelijkse onderhoud voorzien. Ondanks de financiële problemen stond de tucht boven water, die: “deuchdelic ende devotelic onderhouden wert, so dat ‘t selve Convent daerbi vermaert es over ’t gheheele lant voor een eerlic besloten cloostre”(….die: deugdelijk en devoot onderhouden wordt, zo dat hetzelfde Convent daardoor in het gehele land bekend staat als een eerlijk besloten klooster).

De klok van de Bethlehem kerk
In de toren van de Bethlehemkerk hangt de luidklok van voormalig klooster Bethlehem

Bethlehemkerk

In de Bethlehemkerk (1957) in Scharendijke hangt de klok uit 1465 van het klooster. Het randschrift luidt: “Maria is mijne naeme, mijn geluit is Jesus bequame”.

Ridderlijke vrijheid voor klooster Bethlehem

Klooster Bethlehem werd met voorrechten begiftigd. Zo werd het klooster in 1231 door graaf Floris IV (1222-1234) schotvrijdom voor één heven (= 200 gemeten) verleend voor land in Brijdorpe en vrijdom van een halve ‘heervaart’ voor dat land. De heervaart was het recht van de graaf om per 100 gemeten land één ridder uit te laten rusten met volledige bewapening welke door de eigenaar van dat stuk grond bekostigd moest worden.

Een nieuwe abdis

In 1564 overleed op 49-jarige leeftijd de Zierikzeese abdis Dorothea Pieters. Al snel schreef landvoogdes Margaretha van Parma een brief naar abt Vincentius van abdij Ter Doest. Zij liet weten dat de abdis overleden was en vroeg aan Vincentius om onderzoek te doen naar de meest accurate en gekwalificeerde opvolgster. Vincentius, die ook toezichthouder van Bethlehem was, en Jeronimus van Serooskerke, rentmeester-generaal van Zeeland, werden naar het klooster gezonden. Aan alle nonnen werd gevraagd wie zij onder hen het meest kundige achtten. Met algemene stemmen werd de 37- jarige Antonia van Sevenhove tot abdis gekozen. Zij was afkomstig uit Bergen op Zoom.

Restanten klooster Bethlehem
Een kruishanger en een rozet, gevonden op het kloosterterrein

Gevlucht voor de watergeuzen

In 1572 landden de watergeuzen onder leiding van Lumey in Brouwershaven. Een rapport meldde dat in Brouwershaven, Bellem (Bethlehem) en andere plaatsen ‘schandalisatie’ plaatsvond. Lumey bood de nonnen ‘bescherming’ aan, à raison van vijfhonderd gulden. Antonia weigerde en Bethlehem werd geplunderd en gebrandschat. De nonnen vluchtten daarop naar een huis in Zierikzee.

Kloostermoppen

Het restant van het klooster werd in 1593 door Cornelis Verheije gekocht. De brouwerij is dan nog intact, getuige een schrijven van 1600. Hij verkocht 4325 kloosterstenen, waarvan een nieuwe muur rondom het kerkhof van Elkerzee gemaakt werd. Een stukje Bethlehem staat nog overeind, als onderdeel van een grote schuur aan de Kloosterweg. Eén van de muren is opgetrokken rond de oude bakstenen (kloostermoppen) van het klooster.

Bekijk Klooster Bethlehem op de route kaart

Miniatuur Klooster Bethlehem

Terug naar Kloosters